Naar de inhoud
Free Deck Board
Planken & legpatroon

Planklengtes voor je vlonder kiezen: minder verlies en naden

Stem vlonderplanken van 3, 4 en 5 meter af op je vlonder: kopse naden op liggers, verspringende naden en de combinatie met het minste zaagverlies.

Bijgewerkt op · 8 min lezen · Door Free Deck Board Calculator · Zo doen we onderzoek

De beste planklengte is de kortste handelslengte die de hele baan in één stuk overspant, met een beetje over om de uiteinden haaks af te zagen en voor een eventuele overstek. Als geen enkele lengte de baan overspant, kies je een combinatie waarvan de naden op liggers vallen en tussen de rijen kunnen verspringen, of je verdeelt de vlonder met een dwarsplank. De voorbeelden hieronder, allemaal doorgerekend met de calculator, laten zien hoe je de opties vergelijkt.

Weet welke lengtes je echt kunt kopen

Zoek uit welke lengtes je leverancier op voorraad heeft voor de plank die je wilt, voordat je iets plant. In Nederland zie je vooral:

  • Geïmpregneerd grenen en douglas. Planken van 28 × 145 mm (grenen) en 28 × 140 mm (douglas) worden meestal verkocht in 3, 4 en 5 m, bijvoorbeeld bij NuBuiten en Houthandel van Gelder.
  • Hardhout zoals bangkirai. Hardhout komt in veel meer lengtes. Van Gelder verkoopt bangkirai van 21 × 145 mm van 2,45 tot 4,90 m, in stappen van ongeveer 30 cm (2,45, 2,75, 3,05 … 4,90 m). Dat zijn van oorsprong voetmaten.
  • Composiet. De lengtes verschillen per merk. ProDeck levert onder meer 2,20 en 4,00 m, en sommige kleuren en profielen ook in 3,30, 4,50 of 5,80 m (montage-instructies ProDeck). ProDeck raadt ook aan om in één lengte te bestellen, omdat kleuren per productiepartij iets kunnen verschillen.

Een bouwmarkt of tuincentrum heeft vaak maar één of twee lengtes op voorraad, en de rest moet besteld worden. Regel dit eerst, want het bepaalt elke keuze voor het legpatroon die volgt.

Het ideaal: één plank per rij

De baan is de lengte van de vlonder in de richting van de planken. Is je baan korter dan een handelslengte, dan is elke rij één plank zonder naden. Dat is het beste resultaat: geen kopse naden om een voeg in te houden, geen dubbele liggers en een strak beeld van begin tot eind.

Voorbeeld: vlonder van 4 × 3 m, planken over 4 m. Met grenen planken van 145 mm en een voeg van 10 mm heb je 20 rijen nodig (zie de handleiding over de voegbreedte tussen vlonderplanken voor die berekening). De calculator kiest 20 planken van 4 m, zonder zaagverlies. Planken van 3 m zouden 30 planken en 20 naden kosten, planken van 5 m 20 planken met 20% verlies.

Let wel op: als de vlonderplanken over de rand uitsteken, is de baan iets langer dan 4 m. Veel vakmensen zagen het fabrieksuiteinde ook haaks af voordat ze bevestigen; ProDeck merkt op dat kopse kanten niet altijd exact haaks zijn. Een plank van precies 4 m kan dan net te kort uitvallen.

Dus:

  • Liggen de planken over 4 m op een vlonder die precies 4 m lang is, zonder overstek, dan werken planken van 4 m meestal.
  • Is de vlonder 4 m plus een overstek van 2 cm aan elk uiteinde, meet dan je planken. Zijn ze niet lang genoeg, maak de onderconstructie dan een paar centimeter korter, of plan naden of een dwarsplank.

Dit is de belangrijkste reden om de planklengte vast te leggen voordat de onderconstructie wordt gebouwd. 5 cm van een frame afhalen kost in de ontwerpfase niets. Bij de laatste rij ontdekken dat elke plank 1 cm te kort is, is duur.

Als de baan langer is dan je langste plank

Dan heb je drie opties.

Optie 1: kopse naden op een ligger

De uiteinden van twee planken komen samen op de onderconstructie. Fabrikanten en houthandels zijn het erover eens dat elk plankuiteinde een eigen ondersteuning nodig heeft:

  • ProDeck schrijft voor dat elke kopse kant door een eigen onderbalk wordt ondersteund en met een eigen clip wordt vastgezet, en dat je nooit één onderbalk gebruikt voor twee plankuiteinden (montage-instructies ProDeck).
  • Bij hout schroef je elk uiteinde met twee schroeven vast; Gadero rekent met twee schroeven per kruising van plank en balk. Op één ligger van 45 mm breed is dat bij twee uiteinden krap, dus veel bouwers zetten bij naden een extra regel of klos naast de ligger.

Dat betekent dat elke naad extra onderconstructie nodig heeft, dus plan de naden voordat je de liggers legt. Bij composiet geldt daarnaast de kopse voeg uit de handleiding, bij ProDeck 2 mm per meter planklengte.

Optie 2: verspringende naden

Van Gelder adviseert bij hardhout om de naden over verschillende liggers te verdelen. Eén lijn naden over de hele vlonder ziet eruit als een vergissing en concentreert de werking op één lijn van de onderconstructie. Door te laten verspringen verdeel je de naden, maar dan heb je op meerdere plekken extra ondersteuning nodig in plaats van op één.

Een veelgebruikte aanpak is om per rij twee patronen af te wisselen:

  • Rij A: lange plank, dan korte plank
  • Rij B: korte plank, dan lange plank

Zo komen de naden op twee liggerlijnen en herhaalt het patroon zich om de rij. Sommige bouwers kiezen liever een patroon van drie rijen, omdat een A-B-A-B-herhaling van een afstand nog steeds als patroon kan opvallen. Zorg er in elk geval voor dat naden in aangrenzende rijen minstens één volledig liggervak van elkaar liggen.

Optie 3: een dwarsplank

Een dwarsplank loopt dwars over de vlonder, haaks op de vlonderplanken, en elke rij sluit erop aan. Hij vervangt verspreide naden door één bewuste lijn. Bij banen die langer zijn dan je langste plank, is dat vaak de strakste oplossing. Er gelden eigen eisen voor de onderconstructie, die staan in de handleiding over de dwarsplank.

Rekenvoorbeeld: een baan van 6 m

Neem een vlonder van 6 × 3 m met grenen planken van 145 mm, een voeg van 10 mm (20 rijen) en liggers op 400 mm hart-op-hart. Zonder marge voor zaagverlies rekent de calculator het volgende uit:

PlanPlankenGekochtGelegdVerliesNaden
Alleen planken van 3 m45135 m120 m11,1%40
Alleen planken van 4 m40160 m120 m25%20
Alleen planken van 5 m25125 m120 m4%20

Het verrassende resultaat zit in de liggers. Bij 400 mm hart-op-hart liggen de liggers op 0, 400, 800 mm enzovoort:

  • 3 m = 3.000 mm = 7,5 vakken. Die naad valt dus niet op een ligger. Twee planken van 3 m per rij werken daardoor niet; elke rij krijgt een extra stuk en twee naden.
  • 4 m = 4.000 mm = 10 vakken. Die valt raak, maar de rest van de rij is dan precies 2 m, en twee stukken van precies 2 m passen door de zaagsnede niet uit één plank van 4 m.
  • Bij planken van 5 m legt de calculator per rij een lang stuk tot de ligger op 4,8 m (12 vakken) en een kort stuk van ongeveer 1,2 m. De korte stukken komen uit dezelfde planken van 5 m, vier per plank.

Heeft je leverancier hardhout, dan wordt het nog efficiënter. Met bangkirai van 145 mm, een voeg van 5 mm en alle lengtes van 2,45 tot 4,90 m kiest de calculator 20 planken van 3,65 m en 20 van 2,45 m: 122 m gekocht voor 120 m vlonder, 1,6% verlies.

De les: een plan dat op papier netjes deelbaar lijkt, werkt niet altijd als de naden op liggers moeten vallen en je met zaagsneden en haaks afzagen rekening houdt. Laat de calculator de combinaties doorrekenen, of verschuif de liggers zodat ze op je naden uitkomen.

Rekenvoorbeeld: een lastige baan van 3,5 m

Een baan van 3,5 m met 20 rijen grenen:

  • Planken van 4 m. Elke rij verliest ongeveer 50 cm, dus 20 × 0,5 = 10 m restjes op 80 m gekocht, 12,5%. Je hebt helemaal geen naden.
  • Planken van 3 m plus aanvulstukken. De calculator komt uit op 29 planken van 3 m (87 m) met 19,5% verlies en 20 naden. Dat is meer hout én meer werk.

De meeste bouwers zouden hier de planken van 4 m kopen. De restjes zijn ook niet helemaal verloren. Stukken van een halve meter zijn handig voor een opstapje, klossen of een korte rij bij een hoek. Daarom is een zaaglijst belangrijk: die laat zien waar je restjes kunt hergebruiken in plaats van weggooien.

Hoe de lengte de kosten beïnvloedt

De prijs per strekkende meter is niet altijd gelijk voor alle lengtes. Sommige leveranciers rekenen per meter meer voor de langste planken, andere ongeveer hetzelfde, dus vraag prijzen op voor de lengtes die je echt vergelijkt. Langere planken kosten soms ook meer om te bezorgen, en een plank van 5 m in je eentje door een smalle achterom dragen is onhandig.

Om opties te vergelijken vermenigvuldig je per plan het aantal gekochte strekkende meters met de prijs per meter voor die lengte. Tel daar de kosten bij op van de extra onderconstructie die naden nodig hebben. Een plan met minder verlies kan toch duurder uitvallen als het een extra lijn regels of klossen vraagt. De calculator voor vlonderkosten rekent met prijzen per plank, per meter of per m², zodat je plannen kunt vergelijken.

Korte checklist voordat je bestelt

  1. Controleer welke lengtes je leverancier op voorraad heeft voor de plank die je kiest.
  2. Meet de echte baan, inclusief een eventuele overstek aan beide uiteinden.
  3. Overspant één handelslengte die met een paar centimeter over, gebruik die dan.
  4. Zo niet, kies dan tussen verspringende naden en een dwarsplank, en teken de naden in op het plan van de onderconstructie.
  5. Controleer of elke naad op een ligger valt, met genoeg ondersteuning voor beide uiteinden.
  6. Tel er een marge voor zaagverlies bij op. De calculator rekent standaard met 10% bij een recht legpatroon. Patronen met verstekken of schuine hoeken hebben meestal meer nodig.

De vlonderplanken-calculator heeft een optimalisatie voor planklengtes die combinaties van de lengtes die jij invult toetst aan je baan en je liggerafstand. Hij maakt ook een zaaglijst met de stukken per rij en waar de restjes naartoe gaan. Zit je nog in de fase van de onderconstructie, dan helpt de calculator voor de onderconstructie je de liggers te tellen.

Veelgestelde vragen

Kun je beter langere vlonderplanken gebruiken?

Langere planken betekenen minder naden, wat er meestal beter uitziet en onderconstructie bespaart. Ze zijn alleen zinvol als ze zonder veel restjes in de baan passen. Een plank van 5 m op een baan van 3,5 m kost 1,5 m verlies per rij. Stem de lengte eerst af op de baan en beperk daarna het aantal naden.

Moeten kopse naden in een vlonder op een ligger vallen?

Ja. Elk plankuiteinde moet ondersteund en vastgezet worden. ProDeck eist bij composiet zelfs een eigen onderbalk per plankuiteinde. Een plankuiteinde dat tussen de liggers zweeft, gaat doorzakken en kan breken. Let er bij liggers op 400 mm hart-op-hart op dat een naad op 3 m niet vanzelf op een ligger valt.

Hoe ver moeten kopse naden verspringen?

Een praktische regel is om naden in aangrenzende rijen minstens één liggervak van elkaar te houden en een duidelijk herhalend patroon te vermijden. Als naden over een groot oppervlak onvermijdelijk zijn, ziet een dwarsplank er vaak beter uit.

Kan ik restjes van vlonderplanken gebruiken?

Ja. Korte restjes zijn vaak bruikbaar voor een opstapje, korte rijen in hoeken of klossen onder een omranding, als het materiaal geschikt is. De zaaglijst plannen voordat je koopt, is de makkelijkste manier om te zorgen dat restjes gebruikt worden.